|
DE JONGEN
GANS IN HET WIT
------------------------------------------------
-Het is
tegen het middaguur, geen drank.
De lucht van
teer en terpentijn
verraadt dat hij al even aan het werk is. Penseel en palet gaan gewillig neer
voor nog maar weer een sigaret tussen de vingers.
De Vlam gaat
er genadeloos
in. De muziek, bij gebrek aan beter een goedkope surrogaat voor opera, gaat uit.
Nul Ruis. Honderd procent Roel Hofman.-
------------------------------------------------
In
zijn atelier in De Vesting van Hellevoetsluis is
de society kunstenaar in z'n element. Onbekenden
vinden hem een rare kwast. Mensen die hem wel
kennen weten beter.
Zijn uitstraling is vooral een verlengstuk
van zijn persoon in plaats van een bij
elkaar verzonnen image. "Ik leef in het
verleden er de toekomst, maar te
weinig in het nu. Ik heb ADD -een
rustige vorm van ADHD - en ben heel druk
in mijn hoofd Soms schiet ik alle kanten op.
Schilderen werkt voor mij
therapeutisch. Ik moet voor mezelf
een bepaalde structuur en rust creëer.
Daar hoort wit bij. Ik merk dat ik me daar
prettig in voel. Wit is zon, zen en rust. Dat probeer ik van alle kanten
krampachtig in me te krijgen."
SPIL
Roel Hofman groeit op in een volksbuurt in
Rotterdam Zuid. "Een asociale buurt, zegt men wel eens, maar ik
vond het juist een heel sociale buurt. Er was veel sociale controle. Iedereen
hielp elkaar.
Men keek vooral naar hoe je in het leven moest
staan, wat voor mij
betekende dat ik een beroep moest leren. Van schilderen kon je niet leven.
Ik ben in de gezondheidszorg
terechtgekomen wat ik drieëntwintig jaar lang heb gedaan. Vijftien
jaar
geleden koos ik ervoor om kunstenaar te
worden. De beste stap die ik ooit heb gezet."
Als jochie is hij de rustgevende spil en drijvende
kracht van het gezin
Hofman. Hij begeleidt zijn licht geestelijk gehandicapte broer, omdat z'n
vader en moeder dat vermogen niet hebben.
Misschien ligt daar ook wel de
intentie om de gezondheidszorg in
te gaan aan ten grondslag. Zijn pa is alcoholist en bestempelt hem als 'dom'.
Zijn moeder s ook alleen maar leuk als ze een paar glaasjes wijn op
heeft. Op zijn achtste tekent hij verdomd aardig een Neanderthaler na
uit 'Het Vrije Volk'. "Gewoon leuk om te
doen," vertelt de artiest, maar het liefst wil hij zichzelf erin verliezen.
Urenlang tekent hij ook palm-boompjes, weet hij zich nog te herinneren. "Een
soort ritme zit daar in. Dat ging eindeloos door." Op zijn zestiende
vlucht Roei het huis uit. De goedkeuring en waardering van zijn ouders
wil hij verdienen door de ene na de andere
opleiding te volgen. Met een tien
voor zijn scriptie rondt hij zijn
HBO Gezondheidszorg af. Roei steekt
nog een sigaret op. "Als ik dan nu kinderen van zestien zie, vraag ik me af hoe
het in godsnaam mogelijk is geweest!
Ik heb alles zelf moeten doen. Het
heeft me altijd moeite gekost om hulp te vragen."
HOUVAST
In 1993 krijgt Roel een burn-out. Daar komt hij als herboren uit.
Hij besluit om te gaan doen
wat hij eigenlijk
altijd al wilde: schilderen. De
kunstuitleen, die hij samen met een compagnon in Spijkenisse start,
groeit en biedt tegenwoordig de financiële
continuïteit. Zijn doeken zijn meestal
vrij werk, dikwijls in opdracht en steeds vaker ten behoeve van een
goed doel. Het liefst figuratief. "Niemand
zegt bij abstracte kunst of iets goed of niet goed is.
Geef mij houvast. Dan probeer ik te
interpreteren wat degene bedoelt. Ik
vind het heerlijk om drie dagen
lekker hetzelfde te doen. Ik kan ook
makkelijk drie dagen naar hetzelfde
restaurant en hetzelfde menu bestellen omdat het lekker is."
In 2001 loopt hij Mariëlle tegen het lijf. De enthousiaste
wervelwind weet hem te
bedaren, maar ook het beste uit hem naar boven
te krijgen. Ze trouwen. "Mar runt de kunstuitleen en organiseert van alles om
mijn werk in de publiciteit te krijgen. Mar is de trekker en ik ben de remmer.
Zij duikt overal in en ik ben veel voorzichtiger. Dat houdt elkaar goed in evenwicht.
Ik doe naast het schilderen ook de financiën
van de zaak. Ik heb heel breed in mijn
hoofd zitten wat er nog binnen komt
en wat er nog wegvloeit. Zij is een open boek, heel spontaan.
Daarmee weet ze mensen te
mobiliseren."
Maar Mariëlle is ook
zijn muze. Dankzij haar
ontstaan de rode vrouwen
Over de thematiek in je werk, je schildert bijvoorbeeld
vrouwenruggen, waarom?
"Ik ben bekend geraakt met de rode vrouwen.
Ik vind het te makkelijk om emoties weg te geven
via het gezicht. Deze invalshoek biedt ruimte voor de toeschouwer
een eigen invulling aan
het schilderij te geven."
En de Masaii?
"Voor het goede doel
Flying Doctors heb ik een doek gemaakt van
negroide krijgers. Ik vond dat
zo interessant, dus ben ik boeken gaan
lezen en me meer in het onderwerp
gaan verdiepen.
Ik raakte erdoor gefascineerd."
Doe je dat altijd, eerst aan het werk
en vervolgens de verdieping?
"Ja, zo zit ik eigenlijk wel in elkaar. Als ik zie hoe
ik met computers omga; ik bouw websites,
maar heb nog nooit een
boek gelezen. Ik vond het mooi om
schilderijen te maken, maar heb nooit gekeken naar hoe anderen dat doen.
Ik begin gewoon en als ik er niet uitkom,
dan pas ga ik
de boeken er bij halen."
Waar haal je de inspiratie eigenlijk vandaan?
De inspiratie gebeurt in mijn hoofd. Dat gaat
vanzelf. Ik probeer een
sfeer en warmte voor mezelf te creëren, waarin ik in staat ben om te
werken. In het verleden heb ik zelfs een
lampensysteem ontwikkeld, om de
kinderen niet in het atelier te
hebben. Dat is me te druk. Lampje aan betekende: niet naar beneden. Het
werkte. De kinderen hebben het ook onderling
doorgevoerd. De kleinste wilde zijn zus wat irriteren,
maar... er brandde een lamp.
Verboden toegang."
Loopje wel eens vast?
"Soms heb ik
uitbarstingen van vier of vijf doeken
achter elkaar. Als ik niet zo veel inspiratie heb wil ik nog wel eens rode
vrouwen schilderen, die zijn vrij rechttoe rechtaan. En dan weer ben ik
hele bergen negers aan het schilderen, omdat ik dat
leuk vind op dat moment. En dan is het weer
even op. Dan
ga ik weer websites bouwen of zo."
Hoe ga je dan om met
de druk van werk in
opdracht?
"Daar sta ik bewust niet bij stil. Als ik na moet
gaan denken over wat ik nog allemaal moet
doen,begin ik acuut te
hyperventileren. Medio juni moet ik
11 voetballers portretteren. Die zitten nu
nog allemaal in mijn achterhoofd. Het
gebeurt soms dat het doek bij wijze van spreken nat naar de klant gaat,
maar het komt af."
Heb jij een typerend
kleurgebruik?
"Ja. Vroeger moest er
altijd blauw in mijn werk. Nu gebruik ik geen blauw meer. Als ze mij 8 jaar
geleden hadden verteld dat ik in bruin zou
schilderen, had ik ze helemaal voor
gek verklaard. Het is een onbewust
proces, maar wat dat nou is?'
Dat onbewuste geldt niet voor je uitstraling...
"We zetten 'Roei Hofman' heel bewust in de
markt als merk. Ik ben geen galeriekunstenaar,
maar een society kunstenaar. De dubbele
werking van het 'wit' van mijn kleding waarin
ik me lekker voel,
zorgde ook voor herkenbaarheid. Daarom zijn
we dat ook heel bewust door gaan
voeren. In Belgie zeggen ze vaak:
'Allee, daar heb je die jongen gans in het
wit ?' Het
werkt gewoon."
Belgie?
"Ja, ik word plat gefotografeerd als ik daar ben. We staan elk
jaar op de Miljonair
Fair in Kortrijk. Voor de hoofdredacteur
van de Belgische Art of Living (kunstmagazine, red) bouw ik een
website, maar dan wel als tegenprestatie
fotograferen. Laatst op een feestje
liep ik de schoonzoon van Jean Marie Pfaff
tegen het lijf. Even poseren. Dat is heel
bewust een stukje van onze marketing. Ik ben dan de hele avond bezig met
foto's scoren. Het voordeel is dat je een
jaar ervoor iemand hebt gesproken,
maar dat die personen naar mij toe komen, omdat ze me herkennen."
En je werkt ook veel mee aan goede doelen...
"Klopt. Regelmatig heb ik een idee, of Mar, en weet zij een
grandioos event
neer te zetten. Goed voor ons, maar ook
voor het goede doel.
Zoals laatst in Veenendaal een veiling van
een door mij beschilderde motorkap
van een
Maybach ten behoeve van Villa Pardoes.
Het idee ontstond uit een geintje.
Het levert voor alle partijen iets op.
Onvoorstelbaar wat die meiden, want
Mariëlle organiseerde het met een
andere dame, uit de grond stampen met
zijn tweetjes. De motorkap heeft toch zo'n 24.000,- opgebracht.
Uitgangspunt is het doel en dan kijken we
wat we er zelf ook aan hebben. Ik
houd altijd in mijn achterhoofd of
er goed evenwicht is tussen
zakelijk en het commerciële. Commercieel gezien is het goed om op
de voorgrond te treden, maar eigenlijk wil
ik dat helemaal niet. Als we dan
uiteindelijk zo'n fotoronde hebben gehad,
wil ik naar huis en ben ik het zat. Maar ik
moet mezelf
daartoe leren dwingen..."
Druist dat dan niet
in tegen je gevoel?
"Onze missie is
publiciteit. De rechtvaardiging is het
goede doel. Dan draait het meer om
het goede doel dan om
mij en dan voel ik me prettig."
Het echtpaar Hofman dankt hun succes
aan hun vriendenkring. "Dat varieert van
de allerrijksten tot mensen die geen stuiver
hebben om dood te drukken. Het gaat
om wie ze zijn. Heel veel mensen willen
van anderen profiteren.
Wij benaderen mensen open. We gaan ook regelmatig
op onze plaat hoor, maar daar kiezen we
voor. Anders word je steeds
negatiever. We hebben nu zo'n goede
groep mensen om ons heen die je dag
en nacht kunt bellen, dat is gewoon leuk. Champagne
nodig voor een evenement? Dat wordt
gewoon geregeld! Een van onze relaties,
waar we ook wel eens over de vloer
komen, bestelt wekelijks een aantal
flessen champagne voor op zijn landgoed
in Frankrijk. Die kent nog wel iemand...
zo gaat dat dan. Maar onze oppas ook
hoor. Wij hebben haar hartstikke hard nodig. Ze is eigenlijk onze
huis-manager. Een belletje en ze staat
klaar voor de kinderen. Ze verblijft
in ons huis als we een week in het buitenland
zitten. De eigenaresse van een zeefdrukkerij,
we kennen haar goed, werkt dag en nacht
als het moet. Een tijdje geleden
had ze het niet zo druk. Nou, als wij dan de financiële ruimte hebben,
bestellen we toch een zeefdruk bij haar.
Ook al heeft dat voor ons geen prioriteit. En als ik haar nodig heb, komt
het vanzelf terug. Dat geldt ook voor al
die anderen, het komt een keer terug."
Roel drukt nog maar een
peuk tussen de lippen. Dus zo komt hij op
die drie pakjes per dag... niet slecht. Drie jaar
geleden in Marbella was het kantje boord
met hem. Hij moest met spoed naar
het ziekenhuis, omdat hij zichzelf
vergiftigde door een vezeltekort. Drie dagen
later en hij was er niet meer geweest.
Hij had het nooit in de gaten gehad,
was nooit ziek. Jarenlang at hij
overdag niet. "Geen behoefte toe." Drinken deed
hij wel, alleen 's avonds. "Nog steeds.
Heb ik nodig om te kunnen slapen."
Het heeft hem in ieder geval een stuk bewuster gemaakt. Van zijn
toekomst. En iets meer van het leven in het nu.
Boterhammentijd.
Tekst Harold
Totilas |